Technisch directeur Max Huiberts: data heeft steeds grotere rol bij scoutingsafdeling AZ

Max Huiberts

Bij AZ speelt data een belangrijke rol in het verbeteren van de prestaties van spelers. Data vormt het startpunt van de discussie binnen de scoutingsafdeling. Dat vertelt Max Huiberts, technisch directeur van AZ. Eerder speelde Huiberts als voetballer bij onder meer AZ, Borussia Mönchengladbach en Roda JC. In dit interview vertelt hij over de steeds grotere rol van Athlete Performance in het profvoetbal.

Hoe was het vroeger gesteld met Athlete Performance, toen je zelf voetbalde?

“Athlete Performance was er in mijn tijd als profspeler eigenlijk nog niet. Er werd in de jaren ’90 amper gebruik gemaakt van technologie om de prestaties van spelers te verbeteren. De eerste keer dat ik met Athlete Performance te maken kreeg, was bij Borussia Mönchengladbach. Je zou kunnen zeggen dat ze voorliepen op dit gebied en dat moesten Duitse clubs ook wel. Het Duits voetbal was en is erg fysiek, dus is het belangrijk dat spelers voldoende kracht en uithoudingsvermogen hebben. Anders scoort de tegenstander – typisch Duits – in de laatste minuten.”

“Borussia Mönchengladbach verzamelde alleen fysieke data, terwijl er tegenwoordig ook gemeten wordt hoe iemand op atletisch of mentaal vlak scoort. Toch ondergingen we regelmatig bloedonderzoeken en was het indrukwekkend om te zien dat onze fysieke gegevens regelmatig bijgehouden werden. Wie een tekort aan calcium, magnesium of vitamines had, kreeg deze alsnog toegediend. Hoewel het met alle moderne technologie haast ouderwets lijkt, was dit een prima data-gedreven manier om de prestaties van spelers te verbeteren.” 

Hoe gaat AZ om met Athlete Performace?

“Via bedrijven zoals Ortec en StatsBomb verzamelen we data van meer dan 60 verschillende competities. Zo zijn we in staat om objectief te bepalen wat de prestaties van de spelers zijn en kunnen we inschatten of ze zouden passen bij AZ. Algoritmes ondersteunen ons in onze zoektocht door spelers te selecteren die goed genoeg zouden kunnen zijn. Een voorbeeld ter illustratie: we verwachten van een linksback dat hij een x-aantal keer de achterlijn haalt, een bepaald aantal voorzetten geeft of een x-aantal keer naar binnen trekt. Daar is een bepaalde snelheid en intensiteit voor nodig en dat zoeken we ook in de data. Dat staat uiteraard nog los van het voetballende gedeelte, of iemand technisch goed genoeg is om mee te komen. Data vormt zo het startpunt van de discussie.”

AZ verzamelt uiteraard ook data van de eigen selectie. “We verzamelen fysieke data met behulp van Catapult, de gps-kastjes die spelers onder hun shirt dragen. Zo zien we hoeveel afstand een speler aflegt, hoeveel sprints hij trekt en hoe snel de sprints zijn. We kunnen al deze zaken nauwgezet meten, wat ons inzicht geeft in de prestaties van spelers en de mogelijke verbeterpunten.”

AZ verkocht in 2020 zo’n 5 procent van de aandelen aan Billy Beane. Hij is bekend van het innovatieve Moneyball-principe waarbij statistieken een belangrijke rol spelen. Kan je hier iets over vertellen?

“Beane is al sinds 2015 als adviseur bij de club betrokken en zijn aanpak is niet voor niets bekend. Veel clubs werken met data, wij hebben het voordeel dat we met Beane een voorloper aan boord hebben. Zijn inzichten helpen ons om minder opvallende spelers eruit te filteren op basis van data. Dat model werpt zijn vruchten af. De laatste zeven jaar combineren we de ‘harde kant’ (data-inzichten) met de ‘zachte kant’: het mentale deel, past iemand bij het profiel. Zo scouten we effectiever.”

“We hebben nog beter inzicht gekregen in het feit dat de minder opvallende speler heel erg belangrijk kan zijn. Er zijn voetballers die minder flamboyant of opvallend zijn, maar wel erg waardevol voor het team kunnen zijn. Jonas Svensson is bijvoorbeeld zo’n voetballer. Als potentiële rechtervleugelverdediger kwam hij goed uit ons model, maar voor andere clubs bleek hij minder aantrekkelijk. De data kreeg gelijk: hij presteerde vierenhalf viereneenhalf jaar heel goed en speelde bijna elke wedstrijd. Dankzij data halen we als club de bias (het onbewuste vooroordeel) uit ons selectiemodel.”

Heeft de voetbalwereld Athlete Performance inmiddels omarmd?

“Steeds meer clubs zien de waarde ervan in en hebben een data-afdeling. Ik heb geen idee of elke club daar optimaal gebruik van maakt, ik geloof dat er nog genoeg kansen liggen op dit gebied. Er wordt steeds meer naar spelersdata gekeken, maar ik vraag me af of data echt leidend is in voetbalorganisaties. Het zal nog even duren voor elke club spelersdata centraal stelt.”

“AZ gelooft in Athlete Performance, want het leverde ons veel op de afgelopen zeven jaar. Het is daardoor onderdeel van onze werkwijze geworden. Het is belangrijk dat je data tot je beschikking hebt. Maar het is nog belangrijker dat de data ook echt gebruikt wordt. Stick to the plan, zegt Billy Beane altijd. Wij proberen emotie uit de beslissingen te halen en voor een deel op data te sturen, hoe moeilijk dat ook is, want de mens volgt graag zijn gevoelens. Maar objectieve gegevens liegen niet.”

Welke kansen zie je voor de toekomst voor Athlete Performance sporttechnologie?

“We zoeken continu naar nieuwe zaken om te meten en verbeteren, zoals de positie van de spelers. Op dit moment meten we wat spelers met de bal doen, maar we zijn bezig om ook te onderzoeken wat spelers doen zonder de bal. Gemiddeld heeft een speler niet meer dan twee minuten de bal. Er is dus veel meer data van spelers die de bal niet hebben. Daar proberen we nu inzichten uit te destilleren.”

“Ik ben overtuigd dat Athlete Performance en data-inzichten een nog grotere rol gaan spelen in de voetbalwereld. In dat opzicht staat het in de voetballerij nog in de kinderschoenen; andere sporten gebruiken meer technologie dan de voetbalbranche. Als AZ proberen we elke dag nog meer technologie in te zetten om nog meer data-gedreven te werken. Zo verklein je bijvoorbeeld de kans op een miskoop, scout je beter en kan je de prestaties van spelers nog effectiever verbeteren.”

Scroll naar top